Het verhaal van Eduard

Ik ben 23 jaar en heb sinds afgelopen week, 23 april 2003 de ziekte van Bell. Ik stond ’s morgens op en wou een kopje koffie drinken en een boterham eten. Ik merkte dat er bii ieder slokje weer wat terugkwam uit mijn mond. Het was een soort shock voor me. Ik dacht gelijk er is iets mis met mij. Pas laat in de avond zag mijn moeder dat er iets vreemds was aan mijn gezicht. Mijn oog keek star en was groot en mijn mond trok scheef bij het lachen. Dus wij gelijk de spoedeisende arts bellen.

Deze stond gelukkig na 10 minuten bij ons op de stoep. Hij keek naar mijn gezicht en constateerde al snel genoeg dat ik een gedeeltelijke gezichtsverlamming had gekregen en dat hier geen medicijnen voor waren. Toen zakte de moed me in mijn schoenen. Geen medicijnen voor genezing!! Het zou vanzelf over moeten gaan en er was ook geen bekende oorzaak, wel zei hij dat het door STRESS en VERKOUDHEID zou kunnen ontstaan.

Hij schreef oogdruppels voor en oogglasverband omdat mijn ogen niet goed sloten. Deze middelen heb ik gelijk gebruikt. De volgende dag heb ik direct een afspraak bij de huisarts gemaakt. Deze zei dat bij 90% van de gevallen volledig herstel mogelijk was. Hij verwees me snel door naar een KNO-arts. Donderdag kon ik er gelijk terecht.

De KNO-arts keek eerst in mijn oor en zei dat het mogelijk door een ontsteking in mijn oor was veroorzaakt. Hij schreef gelijk een kuur voor een virusinfectie voor. Ook leek het hem verstandig om Prednisolon capsules voor te schrijven. Dit zijn hele zware medicijnen die ook veel bijwerkingen hebben. In eerste instantie wist ik niet of ik deze moest nemen want eigenlijk wist de KNO-arts niet zeker of ik een ontsteking in mijn oor had en of dit de mogelijke oorzaak van mijn ziektebeeld was. Toch ben ik er maar gelijk mee begonnen.

De KNO-arts verwees mij ook gelijk door naar de neuroloog. Deze keek met steekproeven naar mijn toestand. Ze vroeg of ik aan beide kanten van mijn gezichtshelft hetzelfde voelde als ze met een wattenstokje over mijn beide wangen streek. En ik voelde gewoon hetzelfde. Als laatste zei ze dat mijn zenuw niet geheel was afgestorven en dat ik maar veel geduld en RUST moest opbrengen als ik resultaat wilde zien.

Nu zijn we een week verder en ik ben nog steeds een beetje hetzelfde gebleven, wel heb ik minder last van mijn oog dat ik nog steeds hele dagen afplak, mijn mond is nog steeds hetzelfde. Bij het eten kan ik alleen met mijn rechterkant eten en kauwen. Ook heb ik gemerkt dat het praten wat moeilijker werd na een paar dagen. Vooral bij de “P” en de “B” maar ook met de “V” en de “F”. Sinds gisteren heb ik last van spierpijn aan de verlamde kant van mijn gezicht. Ik weet niet of dit wijst op een verbetering of verergering.

Vrijdag komt mijn huisarts langs om te kijken hoe het met me gaat. Ik ben zeer benieuwd naar wat hij gaat zeggen en hoop dat ik snel weer beter word.

Ik wens iedereen heel veel sterkte toe met deze ziekte!!

Geef een reactie