Aangezichtsverlamming

De nervus facialis (aangezichtszenuw) die aan beide kanten van het gezicht voorkomt, zorgt voor:

  • de mimiek (gelaatsuitdrukkingen)
  • het sluiten van ogen en mond
  • de smaak

De zenuw komt uit de hersenen en loopt door een nauw botkanaaltje. Eerst langs het inwendig gehoororgaan, dan langs een middenoorbeentje (stijgbeugel). Hij komt naar ‘buiten’ in de oorspeekselklier voor het oor. Hiervandaan splitst hij zich in verschillende takken naar de spieren van het gezicht. Een kleine aftakking gaat naar de tong en zorgt voor de smaak.

Als de zenuw beschadigd wordt, is de aangezichtsverlamming, oftewel de ziekte van Bell, een feit. De verlamming komt als een ‘dief in de nacht’. Bij het wakker worden merk je het pas. Eventueel is er de voorgaande dag een lichte pijn achter het oor. Veel mensen denken aan een herseninfarct (beroerte). Hierbij zijn alleen de mondhoekspieren verlamd. Bij de ziekte van Bell geldt dit ook voor de oogspieren. Bovendien zijn dan de rimpels van het halve voorhoofd verdwenen.

Gevolgen

In de meeste gevallen van aangezichtsverlamming functioneren de spieren van één gezichtshelft niet meer. Er zijn echter ook mensen bekend bij wie beide kanten uitvielen. Gevolgen kunnen zijn:

  • de huidplooi tussen mondhoek en neus verdwijnt
  • de wang is slap
  • een hangende mondhoek
  • praten en slikken is moeilijk
  • soms loopt speeksel uit de mond(hoek)
  • klanken als b, p, v en f  worden niet goed uitgesproken
  • fluiten is onmogelijk
  • iets uitspugen gaat moeilijker
  • het oog staat wijder open
  • het oog kan niet meer dicht
  • het oog dreigt te verdrogen
  • het oog traant extra (krokodillentranen)

Na een periode van herstel kunnen de zenuwvezels, die eigenlijk de traanklier moeten activeren, naar de speekselklier groeien. Met als gevolg dat tijdens het eten de tranen over een wang biggelen. Dit noemt men krokodillentranen. Dit kan een van de restverschijnselen zijn van de ziekte van Bell.

Comments are closed.